De do’s en don’ts van copywriting: wat is het en hoe begin je eraan.

Schrijven. Iedereen doet het. Dagelijks zelfs. Maar schrijven voor je bedrijf is toch nog iets anders. Dan draait het niet langer om zinnen schrijven, maar om een boodschap laten landen. Je wil dat mensen je begrijpen, onthouden én in actie schieten. Daar maken woordkeuze, structuur en tone of voice het verschil.

In deze blog ontdek je waar je zelf op moet letten om sterker te schrijven, volgens drie basisprincipes: structuur, spelling en stijl.

Copywriting do's & don'ts

structuur.

Een tekst leest alleen vlot wanneer de structuur klopt. Of je nu een korte advertentie schrijft of een lange blog: de lezer moet intuïtief aanvoelen waar het verhaal begint, waar de kern zit en waar hij naartoe gaat.

1. begin met een sterke titel

Een goede titel doet twee dingen tegelijk: hij maakt duidelijk waar de tekst over gaat en wekt nét genoeg nieuwsgierigheid op om verder te lezen. Een titel is niet het moment voor poëzie, maar ook niet voor droge feiten. Die balans moet je vinden.

2. schrijf een intro die meteen richting geeft

De intro schetst de situatie of het probleem waar je op inspeelt. Hier laat je de lezer voelen: “ja, hier moet ik het antwoord op weten”. Je hoeft nog niets op te lossen. Wél moet je context creëren.

3. Maak het middenstuk zo leesbaar mogelijk

Dit is het hart van je boodschap, en dus ook het deel waar de meeste lezers afhaken als het te zwaar wordt. Werk daarom met:

  • tussentitels
  • korte alinea’s
  • opsommingstekens
  • duidelijke signaalwoorden
  • vetgedrukte kernwoorden

Mensen scannen een tekst vooraleer ze beginnen met lezen. En door je belangrijkste woorden visueel op te laten vallen, lok je hun aandacht precies waar jij die wil.

4. Sluit af met richting

Je eindigt met een conclusie, een korte recap of een duidelijke call to action. Wat moet de lezer meenemen? Wat wil je dat ze doen?

5. Hoe lang mag een tekst zijn?

Zolang als nodig is om je boodschap helder te brengen. Niet korter, maar ook niet langer. Schrijven om te schrijven helpt niemand. Wil je verdieping brengen, bijvoorbeeld in blogs of op je website? Dan is long copy perfect. Zoekmachines begrijpen langere, goed gestructureerde teksten beter en zien je sneller als bron van expertise. Denk daarbij wel aan relevante keywords die logisch en natuurlijk in je tekst passen.

Spelling.

Sterke copy klinkt niet alleen goed, maar is ook foutloos. Spelling en grammatica zijn geen details, ze bepalen mee hoe professioneel je overkomt. Een dt-fout te midden van een sterke tekst? Dat voelt voor lezers als ruis. Het vertrouwen dat je net hebt opgebouwd? Zo weer de vuilbak in.

Heb je jouw eigen tekst al te vaak gelezen? Dan zie je die fouten vaak niet meer. Laat je tekst daarom nalezen door iemand die hem met frisse ogen bekijkt. Twijfel je over bepaalde regels of formuleringen? Websites zoals taaladvies.net en vrttaal.net blijven betrouwbare bronnen.

Verder leggen we graag nog enkele spellingregels uit waar heel vaak fouten tegen gemaakt worden. Gewoon, ter opfrissing. 😉

De DT-regel

  • Ik-vorm: gebruik enkel de stam van het werkwoord. Voorbeeld: ik word.
  • Jij/hij/zij/het: stam + t. Voorbeeld: hij wordt.
  • Uitzondering: komt jij na het werkwoord, dan schrijf je geen -t. Voorbeeld: word jij?
  • Verleden tijd: stam + te of de. Voorbeelden: ik wachtte, zij vergrootte, hij landde.
  • Voltooid deelwoord: kijk naar de verleden tijd. Eindigt die op een d, dan het voltooid deelwoord ook. Voorbeeld: probeerde → geprobeerd.

Tip: vervang het werkwoord door één waarvan de stam niet op -d eindigt. Twijfel je tussen vind jij of vindt jij? Test het met lopen:

→ Loop jij? (dus: Vind jij?)

→ Jij loopt (dus: Jij vindt).

De die/dat regel

  • Staat er de voor het zelfstandig naamwoord? → gebruik die.
  • Staat er het? → gebruik dat.

Gemakkelijk ezelsbruggetje: het en dat eindigen allebei op een -t. Voorbeelden: de handtas die ik kocht, het tasje dat ik verloor.

De jou/jouw regel

  • Bezittelijk voornaamwoord: jouw → gevolgd door een zelfstandig naamwoord.

    Voorbeeld: jouw trui.

  • Persoonlijk voornaamwoord: jou → staat op zichzelf.

    Voorbeeld: ik zie jou graag.

Tip: vervang jou/jouw door mij/mijn:

→ bij mij thuis (dus: bij jou thuis)

→ mijn huis (dus: jouw huis)

Stijl bij copywriting

Stijl.

Copywriting gaat niet alleen over wat je zegt, maar vooral over hoe je het zegt. Je tone of voice bepaalt hoe jouw merk of bedrijf klinkt en voelt. En die toon moet consequent zijn in al je communicatie.

1. Ken je doelgroep

Schrijf je voor particulieren? Professionals? Voor IT-managers, HR-teams, ouders, studenten, ondernemers …? Je toon hangt volledig af van wie je lezer is en wat zij van jou verwachten.

2. Kies een aanspreekvorm en blijf daarbij

Gebruik je ‘je/jij’ of ‘u/uw’? Allebei is prima. Zolang het maar consistent is. Een mix van de twee voelt slordig en maakt de tekst minder betrouwbaar.

3. Vertel een verhaal (storytelling)

Je doel mag duidelijk zijn (meer leads, meer verkoop, meer inschrijvingen), maar je tekst mag nooit aanvoelen als pure verkoop. Daarom werkt storytelling zo goed: je neemt de lezer mee in een verhaal dat logisch uitmondt in jouw oplossing. Niet pushend, wel overtuigend.

4. Doe research

Als copywriter moet je jou onderdompelen in de sector of het product waarover je schrijft. Kijk gerust wat concurrenten doen. Niet om te kopiëren, maar om scherp te krijgen waar jij het verschil kan maken. Zo vermijd je clichés zoals “jarenlange ervaring” en “kwaliteit is onze prioriteit”. Ze zijn vaak waar, maar niet onderscheidend.

5. Schrijf actief

Een van de krachtigste manieren om je teksten levendig en overtuigend te maken, is actief schrijven. In actieve zinnen staat de lezer meteen centraal: er gebeurt iets, iemand doet iets. En dat leest automatisch vlotter. Passieve zinnen voelen trager, afstandelijker en vaak ook zwaarder aan. In commerciële teksten wil je net het omgekeerde: energie, duidelijkheid en beweging.

Laatste check.

Het lijkt een hele boterham, maar zoals bij alles geldt: oefening baart kunst. Om af te sluiten, sommen we graag nog enkele, bijkomende tips & tricks op. Check ze voor en na het schrijven van je tekst, dan kan er al niet veel meer fout lopen.

  1. Zorg voor witruimte: alinea’s, titels, bullets.
  2. Gebruik voegwoorden (omdat, maar, hoewel, bovendien …) voor logische overgangen.
  3. Schrijf probleemoplossend: wat wint de klant?
  4. Formuleer positief, zeg wat wél kan.
  5. Vermijd herhaling en schrap overbodige zinnen.
  6. Let op met “passieve” werkwoorden (kunnen, willen, zullen), ze maken zinnen zwakker.
  7. Houd je zinnen kort en helder.
  8. Vermijd onnodig vakjargon.
  9. Controleer je spelling en laat iemand meelezen.
  10. Blijf consistent in tone of voice en aanspreekvorm.

 

Vind je het toch wat veel om zelf te doen? Dan helpt Thinkedge je graag verder. Een eenmalige investering in sterke copy levert je teksten op die je eindeloos kan hergebruiken. Op je website, social media, presentaties, campagnes … copy that.

Klaar om samen
te groeien?